Member details
Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten?
 

Forum > hoofdstuk 1: Moonlight Magic, wil je je mening geven over het 1e hoodstuk?

 
Anne

Anne'

dit is het eerste hoofdstuk van het boek Moonlight Magic
ik hoop dat jullie jullie mening geven over het boek en het een beetje leuk, romantisch en spannend vinden(l)


Rex

Er loopt iemand naar het kleine schuurtje. Katara’s kamer. De houten vloer kraakt, zoals het hele huis doet. De vloeren, de muren en zelfs het dak is van hout gemaakt. Er is geen centrale verwarming, die modernere huizen wel hebben. Er is allee de rode kachel die bijna altijd brandt. In het hele huis zijn er maar 4 kamers: een badkamer, een woonkamer, een keuken en een slaapkamer. Er is ook nog een klein schuurtje dat bijna iedereen in het dorp als tweede slaapkamer gebruikt. Anders is er veel te weinig plek in het piepkleine, houten huis. Dus met het schuurtje dat ook helemaal van hout is meegeteld, is er dus net genoeg plaats voor drie bewoners die niet te veel ruimte nodig hebben. Mensen die wel meer ruimte nodig hebben, moeten maar een andere woonplaats zoeken. In het kleine dorpje waar Katara woont, heeft bijna iedereen ongeveer hetzelfde huis. Veel mensen klagen over de ijzige kou in de winter en de wind die tussen de kieren van de houten balken het huis in waaien. Het huis ligt immers in de bergen waar de wind altijd harder waait en ’s winters vaak ijskoude sneeuwvlokken naar beneden dwarrelen, in de straten en de huizen van het dorp. De kachel verwarmd nooit het hele huis. ‘Katara, ben je al omgekleed of heb je je boek weer gepakt?’ de houten deur van het schuurtje gaat krakend en piepend open en Mar komt binnen. Mar. Katara heeft haar moeder altijd al zo genoemd. Geen mama of mam, zoals de meeste kinderen hun moeder noemen, maar Mar. Een afkorting van Marie-Louise, de echte naam van Mar. Katara ligt op haar bed, het mooie boek ligt opengeslagen op haar schoot. Het gaat over een maanmeisje, haar haar geeft licht, zoals de maan. Ze is de beschermer van de maan maar ze word bedreigd. Als het maanmeisje doodgaat, is er ook geen maan meer. Het is een prachtig boek maar Mar vind het maar niks, je word gewoon opgezogen door dat boek en ziet dagen geen daglicht meer Katara! Zegt ze dan als ze Katara in het boek ziet lezen. ‘o, jeetje! En je hebt je ook nog niet gewassen! Dat boek laat niets meer van je over. Snel, geef dat boek hier, was je en kleed je aan. Het feest begint al over twintig minuten! Schiet een beetje op, graag.’ Mar trekt het boek uit Katara’s handen. Katara zit nog steeds heel afwezig te kijken, alsof ze nog in die andere, mooie wereld is. De wereld waar alles anders is. Wat zou Katara daar graag willen zijn. In haar sprookjeswereld. Met een schrik wordt Katara gewekt uit haar fantasiewereld. Mar gooit een ijskoud washandje in Katara’s gezicht. ‘opschieten, Fantasy Girl!’ Nu is Mar echt boos. Dat kan Katara aan de stem van Mar horen, de strenge, koude stem. Maar toch klinkt die stem heel veilig. Katara komt overeind en loopt naar de badkamer. Een heel klein kamertje met een spiegel die Katara, een oude douche, het kastje waar Katara een handgemaakte bloemenvaas met de prachtigste bloemen uit het bos op heeft gezet en een verroest kraantje, dat altijd drupt. Er ligt ook een stapel vuile kleding in de hoek, maar die moet Mar met de hand wassen in de oude ton. Katara is vaak zo aardig om Mar daar mee te helpen, maar sinds ze in het boek over het maanmeisje leest, heeft ze nog niets voor Mar gedaan. Katara gaat voor de spiegel staan. Het is waar, denkt ze. Ik ben opgezogen door het boek. Ik heb vandaag nog helemaal niets gezegd en ben nog niet buiten geweest. Ik ben niet naar het bos gegaan zoals normaal dat juist nu vol leven zit, ook niet naar het heuveltje waar je zo’n mooi uitzicht hebt. Ik heb alleen gelezen. Het is ook zo spannend, maar zo kan het gewoon niet langer. Ik moet het boek voor een tijdje uit mijn hoof zetten en er niet meer aan denken. Vergeet het boek, Katara. Zegt ze in zichzelf. Katara wast haar gezicht en trekt haar mooiste kleding aan, een mooie, spierwitte jurk die waarschijnlijk heel mooi wappert in de wind. Er zit ook een grote bloem op. Katara heeft ook haar lievelingssieraden om: een mooie ketting met een maantje eraan, prachtige oorbellen, ook weer met een maan en een leuk armbandje met natuurlijk ook weer maantjes. Al haar sieraden zijn wit. Spierwit, bijna lichtgevend als de maan. Dat doet iedereen in het dorp, lieve schat. Iedereen trekt zijn mooiste kleding aan, had Mar met haar harde stem gezegd. Katara vond het eigenlijk niet zo’n goed idee, want ze is niet zo’n meisje die veel jurken draagt, maar nu trekt ze toch maar de jurk aan. Ze had liever een witte, strakke broek aangetrokken en het mooie T-shirt de ze nog van papa had gekregen, voordat hij omkwam. Ook was natuurlijk weer hierop een maan afgebeeld. De reden dat Katara zo van de maan hield, weet Katara eigenlijk niet. Het is gewoon magisch hoeveel energie en kracht de maan haar geeft. Ze komt tot rust in het maanlicht en het is natuurlijk heel romantisch. Het dorp viert vandaag dat de vijftigste inwoner is geboren, een meisje dat Kiara is genoemd. Katara is eigenlijk jaloers op die naam. Het lijkt zoveel op haar naam maar is toch veel mooier. Het wordt vast heel druk op het kleine pleintje voor het kerkje. Er komen kraampjes met thee, koffie en beschuit met roze muisjes te staan. Misschien komen er ook nog andere kraampjes met bier of iets anders. Al die dronkenlappen gaan natuurlijk allemaal dansen op de vrolijke muziek. Helaas kan Katara niet zo goed tegen de drukte, maar ze zal het proberen vol te houden. Katara kamt haar lange, zwarte haar dat prachtig glimt in het maanlicht dat door het kleine raampje naar binnen valt. Het is al donker terwijl het nog niet zo laat is. Katara doet haar mooie haar in een knot met een mooie, glimmende parelmoerklem zet ze de knot vast. Als ze klaar is, loopt Katara naar de woonkamer. ‘o, Katara, je ziet er beeldschoon uit in die mooie, witte jurk.’ Roept Mar meteen als Katara de kamer binnen stapt. Eigenlijk vind Katara dat ook. Ze is zelf heel mooi bruin en heeft hele lange, zwarte haren. Katara heeft ook twee helderblauwe ogen. Een van de zeven schoonheden dus. Door de witte jurk lijkt haar haar zwarter, haar huid nog bruiner dan die al is, haar ogen nog mooier blauw en de jurk witter. Hopelijk komt ze Rex nog tegen op het feest. Dan kan hij zien hoe mooi ze is met deze jurk, maar Rex hoort officieel niet bij het dorp, hij woont met zijn ouders in het bos. Katara smelt als ze aan Rex denkt. Hij is zo mooi en gespierd en hij heeft een wasbordje. Hij is ook heel mooi bruin en heeft ook zwart haar. Gewoon de droomjongen van mijn leven, denkt Katara. Katara gaat daarom ook vaak naar het bos om hem op te zoeken. Ze kent het hele bos uit haar hoofd maar heeft nog nooit zijn huis gezien. Alsof het niet bestaat. Eigenlijk weet ze ook niet het héle bos uit haar hoofd, want dat loopt kilometers door. In het dal zijn wilde paarden en mooie bloemen. Er is ook een mooi meer. Eén keer is ze in het dal geweest en het was prachtig maar wel heel lang lopen. Vanaf het heuveltje kan je het ook zien en daar laat Katara het maar bij. Ze heeft geen zin om weer tweeëneenhalf uur heen, en tweeëneenhalf uur terug te lopen. Katara zit daarom ‘s avonds vaak op het heuveltje met haar verrekijker naar de zonsondergang te kijken. Het meer kleur dan rood en de wilde dieren worden actiever. De paarden rennen dan in galop naar elkaar toe. Heel mooi om te zien. Ook de kleine veulentjes die net zijn geboren doen mee. Katara heeft één veulentje geboren zien worden. Het kleine scharminkeltje lag een paar minuten roerloos op de grond. Katara dacht dat het kleintje dood was maar uiteindelijk probeerde het hulpeloze beestje te staan en het lukte nog ook. Het veulentje is spierwit geboren terwijl de meeste witte paarden pas helemaal wit worden als ze ouder zijn. Katara vindt het veulentje dat ze de naam Max heeft gegeven daarom extra speciaal. Het is geweldig om te zien hoe het kleine veulentje achter zijn moeder aanrent. Vaak als het donker is, lijkt het meer licht te geven door de maan.
‘nou, zullen we maar gaan dan?’ zegt Katara met een schorre stem. Help! Denkt ze. Ik ben mijn stem verloren door dat lezen! Ik heb te lang niets meer gezegd. Straks, als Rex iets vraagt, kan ik niet eens iets terug zeggen! Dat is een ramp, dan denkt hij dat ik hem negeer! Katara, eigen schuld, dikke bult. Denkt ze. ‘ja, we gaan gezellig alvast. Misschien kom je nog wel iemand tegen die je kent.’ Mar pakt Katara’s hand en ze lopen door het dorp. Natuurlijk komt Katara iemand tegen. Het is toch een dorpsfeest? En wie zou ze niet moeten kennen? Ze horen al muziek en gelach. Het blijkt een gezellige boel te zijn daarzo op het pleintje. Katara ziet veel mensen ook naar het plein lopen. Ze kent ze allemaal. Daar loopt Mike met zijn vader, en daar Natascha, en… en daar loopt Rex! Hij komt dus toch! Katara springt een gat in de lucht. Ze wilt naar hem toe rennen maar bedenkt zich. Misschien vind hij die jurk maar tuttig, of hij vind me maar raar en hij wil het liefste dat ik weg ga maar zegt hij het niet omdat hij me niet wilt kwetsen, denkt Katara. ‘Wat ruikt het hier toch lekker, weet jij wat het is?’ vraagt Katara aan Mar. ‘ik ruik een kampvuur met heerlijk verse broodjes, lekker! Ik krijg er honger van’ Mar aait over Katara’s haar. ‘wat ben je toch mooi, mijn Fantasy Girl’ de laatste tijd noemt Mar Katara Fantasy Girl, door dat boek, het boek van het maanmeisje. Katara heeft daardoor veel fantasie gekregen, maar Katara denkt dat de maan haar al die fantasie brengt. Eindelijk, we zijn er, dekt Katara. ‘Ik heb honger gekregen’ zegt Katara tegen haar moeder. ‘ja, ik ook! Kom, we halen ook zo’n lekker broodje en… kijk! Er is ook zelfgemaakte frambozenjam van de frambozen in het bos! Dat wordt smullen.’ Katara en Mar eten samen hun broodje op en dan begint de Toespraak van de Burgemeester, die de kleine Kiara laat zien en daarna deelt hij beschuit met muisjes uit. Dan begint het echte feest. Er wordt gedanst en gedronken, gelachen en gepraat en natuurlijk bewonderen veel mensen de kleine Kiara die inmiddels begint te huilen door de herrie en de drukt om haar heen. Rex staat in een hoek, een beetje toe te kijken naar hoe de mensen dansen en praten. Katara loopt naar hem toe. ‘hoi’ zegt ze verlegen. Rex zegt niets terug, zoals altijd. Hij blijft alleen kijken naar de mensen. Hij is geen grote prater maar als hij praat, smelt je hart. Zijn stem is zo betoverend als de maan, vind Katara. Rex is veertien, een jaar ouder dan Katara die dus dertien is. Hij is ook een stuk groter. Rex trekt Katara naar zich toe en slaat een arm om haar heen. ‘je bent mooi vandaag, vooral met de volle maan, kijk eens hoe mooi hij schittert, net als jij’ zegt Rex met zijn mooie, zachte stem. Katara’s hart gaat sneller kloppen en fluistert terug: ‘wat ben je lekker warm.’ Zo staan ze een paar minuten in de hoek tegen een muurtje, dat wel van steen is. Met Rex zijn arm om Katara heen, tegen elkaar aangedrukt is het beste wat Katara ooit is overkomen. Terwijl de andere mensen staan te zweten en te springen op het plein, staan zij tegen elkaar aangedrukt. De maan is inderdaad mooi rond en lijkt helderder dan normaal. Wat zou het meer nu mooi schitteren. ‘Kom mee’ fluistert Rex in Katara’s oor alsof hij zag dat ze aan het meer dacht. Hij pakt haar hand vast en ze lopen hand in hand het dorp uit. De twee tortelduifjes lopen naar het heuveltje. Rex komt daar ook vaak naar het landschap en de maan kijken. Rex trekt Katara dichter naar zich toe en nu weet ze het zeker, Rex vind haar dus ook leuk. Hij heeft nog nooit haar hand gepakt of een arm om haar heen geslagen. Straks op het heuveltje wordt het nog romantischer met de heldere maan. Zou ze hem gaan zoenen? Ze heeft nog nooit verkering gehad en laat staan gezoend. Maar ze vindt Rex écht leuk. Hoe moet je eigenlijk zoenen? Of gaat dat vanzelf? De gedachten razen door Katara’s hoofd en uiteindelijk ontspant ze zich. Ze kijkt naar Rex. Naar zijn mooie zwarte haar, zijn lieve bruine ogen, zijn mooie mond… Katara en Rex stoppen in het midden van het heuveltje waar nu bijna geen gras meer is omdat er zo vaak is gezeten en gestaan om de wereld te bekijken. Katara en Rex staan nog even hand in hand te kijken naar de duistere paarden en ze zien ook Max rennen die oplicht door het licht van de heldere maan. Zo mooi is het nog nooit geweest, of lijkt het allemaal maar een sprookje door Rex? Rex draait zich langzaam naar Katara toe en legt zijn armen om haar heen. Katara doet hetzelfde bij Rex. Ze staan dicht tegen elkaar aangedrukt. Katara legt haar hoofd op de schouder van Rex en doet haar ogen dicht. Ik droom, denkt ze. Dit kan gewoon niet echt zijn. Hij vindt me leuk! Hij is verliefd op mij! Niemand minder dan mij. Katara’s hart gaat tekeer. ‘je bent echt heel mooi, ik moet je iets vertellen… waarschijnlijk weet je het al maar… Ik ben verliefd op jou, mijn mooie, schitterende maan.’ fluistert Rex zachtjes met zijn betoverende stem in Katara’s oor. Katara glundert. Katara en Rex kijken elkaar aan. Katara verdrinkt in de prachtig bruine ogen van Rex die schitteren in het maanlicht. Rex streelt Katara’s zwarte haren die zo zacht zijn als zijde. Rex zijn hoofd komt dichter bij het hoofd van Katara. Katara maakt haar gedachten leeg en sluit haar ogen. Het gaat vanzelf. Katara voelt de warme adem van Rex op haar gezicht en ruikt het pepermuntblaadje waar hij altijd op kauwt. De twee gezichten komen steeds dichter bij elkaar toe. Op dat moment horen ze alle twee het gehuil van een wolf. Die wolf is wel heel erg dichtbij, denkt Katara. Rex kijkt op en ook Katara kijkt verward achter zich. ‘waar waren we…’ fluistert Katara alsof ze niets heeft gehoord en draait haar gezicht weer naar Rex toe maar ze worden weer onderbroken door allemaal gegil uit het dorp. Ook horen ze gegrom. Rex fluistert iets onverstaanbaar en samen rennen ze terug naar het dorp om te kijken wat er gebeurt. ‘wat zei je?’ vraagt Katara. ‘de wolven vallen het dorp aan. We moeten gaan helpen voordat er gewonden vallen! Kom snel!’ opeens leek Rex een klein, bang jongetje dat eigenlijk niet verder durft te lopen maar wel moet omdat hij anders alleen achter blijft. ‘zijn er mensen in gevaar dan?’ roept Katara naar Rex ‘Ja! Zelfs in levensgevaar, vooral als de mensen gaan rennen! Dan rennen de wolven achter de mensen aan.’ Katara schrikt. Eigenlijk wilt ze niet verder maar haar moeder is daar. Ze moet weten hoe het met haar gaat. Haar vader heeft ze ook al verloren. Hij is ongeveer vijf jaar geleden slachtoffer van een lawine geworden. Dan kan ze Mar toch niet ook verliezen door zo’n stomme wolf? Dan is ze helemaal alleen. Niemand die haar kan beschermen. Niemand waarvan ze meer houd dan van haar moeder. Katara wordt bang van haar eigen gedachten.

dat was dus het 1e hoofdstuk, wil je alstjeblieft je mening, tip of iets anders erbij zetten? dan weet ik wat ik moet verbeteren(l)
het word heel spannend en heel romantisch en er komt best veel fantasie in voor...
dankjewel voor het lezen
29 mei 2011, 20:45
Jean

Jean

Goed geschreven, maar naar mijn menig zijn de paragrafen te lang. Misschien kan je beter tekens iemand iets zegt of denkt een nieuwe paragraaf beginnen.

Dit zou anders moeten denk ik..
in die mooie, witte jurk.’ Roept Mar -> in die mooie, witte jurk,’ roept Mar
11 jul 2011, 02:40